Lepelaar 70  •  7943 SH Meppel  •  (0522) 238 508
spoedgeval gezelschapsdieren:
(0522) 238 508
spoedgeval landbouwhuisdieren/paard:
(0522) 238 518

Goede medicijninjectie

1. Registreer de behandeling

Merk de behandelde runderen en noteer de behandeling.

2. Kies het juiste middel

Bespreek met uw dierenarts zijn diagnose en de keuze van het medicijn. Houd daarbij rekening met de werkzaamheid, de effectiviteit, het injectievolume, de kans op spuitplekken en de wachttijd.

Lees etiket en bijsluiter zorgvuldig en bereken de dosering.

3. Gebruik de juiste naald

Gebruik een schone spuit, met een schone, scherpe naald. Gebruikt u een antibioticum op oliebasis zorg dan voor een droge spuit. De dikte van de naald hangt af van de viscositeit van het geneesmiddel. Uw dierenarts kan u hierbij adviseren.

Houd het flesje even in uw hand om het medicijn op te warmen. Schud het flesje met de injectievloeistof. Zuig de benodigde hoeveelheid op; dit gaat gemakkelijker als u eerst een gelijke hoeveelheid lucht in het flesje spuit zodat u het flesje niet vacuüm zuigt.

Verwijder voor het injecteren alle lucht uit de spuit

4. Gebruik een schone spuit

Gebruik altijd een schone spuit. Haal de spuit na elk gebruik uit elkaar en reinig de onderdelen met kokend water. Laat de spuit goed drogen voordat u hem weer in elkaar zet. Gooi wegwerpspuiten na gebruik weg en pak voor een volgende injectie een schone spuit.

5. Spuit op de goede plaats

Subcutaan betekent onderhuids. Intramusculair betekent in de spier. Beide injecties geeft u in de nek. Bij volwassen rundvee geeft u de injectie op het snijpunt van een handbreedte voor het schouderblad en een handbreedte onder de nekband. Moet u een injectie aan een jonger dier geven, overleg dan met uw dierenarts over de juiste injectieplaats. Vraag voor intraveneuze injectie (in een ader) van melkziekte infusen uw dierenarts om een instructie.